Een zijstraatje met een markt vol met fruit en groente. De vrouw op de foto was heel veel dingen tegen ons aan het vertellen, heel jammer alleen dat we er geen woord van konden verstaan...
Lieve lezers van mijn verhaal,
Afgelopen weekend ben ik naar Pulau Bintan geweest, een Indonesisch eiland wat voor de kust van Singapore ligt. In het noorden van het eiland schijnt een groot resort te zijn waar veel mensen uit Singapore voor een weekend geen gaan om te ontspannen en golf te spelen. Wij (ik was met een groep van 10 studenten) hebben dit deel gemeden en zijn met de boot naar een zuidelijk liggende havenstad (Tanjung Pinang) gegaan. Het was twee uur met de boot om er te komen. Wat trouwens een vrij hevige tocht was…hele hoge golven en een harde wind, waardoor de boot heel erg heen en weer ging. Ik moest de hele tijd proberen naar buiten te kijken, want ik was heel misselijk geworden. Elke keer zag je de horizon onder aan het raam en drie sec daarna was hij verdwenen en was er alleen nog zee te zien.
Daar aan gekomen, was mijn eerste indruk anders dan ik had verwacht. Ik had verwacht dat dit deel ook nog wel vrij toeristisch zou zijn, maar het tegendeel was waar. Wij waren de enige blanken mensen. De straten waren vol met mensen die doelloos aan het rond hangen waren. Iedereen keek naar ons en wilde contact maken. Iedereen was heel vriendelijk en geïnteresseerd. Met behulp van handen en voeten met veel mensen gecommuniceerd, want het is niet gebruikelijk dat je hier engels kan praten. De stad was heel erg vervuild overal lag vuilnis en heel veel uitlaat gassen. Veel auto’s en brommers die gebruikt maakte van dezelfde veel te smalle weg. Het was weer een totaal andere cultuur en omgeving, maar dat maakte het extra interessant en leerzaam.
Al vrij snel waren we ontdenkt door een engels sprekende lokale man, wel een slaapplek voor ons wist aan de oostkust. Van te voren hadden we al gehoord dat aan de oostkust de stranden het mooist waren en dat je daar van lokalen mensen hutjes kon huren aan het strand. Dit leek ons wel wat, dus we zijn met die man mee geweest. Er was 1 weg naar het oosten en voor de rest alleen maar ongerepte natuur. Af en toe was er een dorpje langs de weg, waar houten huisjes waren gebouwd op palen. Het plekje waar we heen gebracht werden was heel bijzonder. Aan het strand waren een aantal houten hutten gebouwd, met als je geluk had een kraan en een wc waar je zelf water in moest gooien om door te spoelen. Ik vind het heel erg indrukwekkend om hier te zijn en te zien hoe het leven hier was. ’s Avond een kampvuur gemaakt en hier de hele avond om heen gezeten. Geslapen in een hut op steigers boven de zee en wakker geworden met een duik in de zee. Die dag zijn we verder rond het eiland gaan rijden. Tempels gezien en een berg beklommen waar je uiteindelijk een waterval kon zien. Naar een mooi strand gereden en daar gaan zwemmen in de wilde zee.
De laatste dag hebben we in de stad rond gelopen. Met mensen gepraat om meer indruk te krijgen van de cultuur hier. Na wederom een heftige terug reis, weer aangekomen in het schone Singapore…
Veel liefs van mij
1 comment:
Ha Marloes,
Krijg wel heel erg veel zin om dat deel van de wereld te gaan bekijken. Wat heerlijk dat je zo geniet. Krijg vooral erg veel trek van je verhalen (toch maar die boterham met kaas).
Dianne (met vast groeten van iedereen, maar ik zit op mijn werk)
Post a Comment